|
Geschreven door John Bindels
|
|
maandag 18 mei 2009 |
Met wijnreclame die ‘dorstig’ maakt, moet je bij ‘kenners’ niet aankomen. Die openen zo’n gezoete promotiefles vlakbij de spoelbak en laten hem daarin al na de eerste teug leeglopen. Gefleste dorstlessers vergelijk je met frisdranken. Je gebit gaat ervan naar de filistijnen. En je versuikert je lijf er ook nog eens mee. Laten staan dus, die meuk. Maar krijg dat maar eens voor elkaar bij het Produktschap Wijn, dat in Naam der Omzet ook zulk spul helpt slijten. Daar houden ze geregeld symposia over ernstige zaken, zoals ‘marketing’. Want alle wijn die ons land binnenkomt moet ook een doorslikker vinden. En dat lukt niet zonder slim ingezet vak-blabla en het soort exegetische ‘workshops’ waarvoor ik al lang niet meer de deur uit kom.
Raadsel Wie kans ziet een knol voor een citroen te verkopen IS van oudsher al een ‘master of marketing’. Dus wat ingehuurde Nijenrode-juppen
daaraan in zelfgebakken Engels nog voor waarde zouden kunnen toevoegen, blijft voor mij een raadsel. Jarenlang heb ik in andere functies dan die van tekstoloog naar dat gezwam moeten luisteren zonder dat ik er iets mee opschoot. Dus zeg ik ook deze keer beleefd af, al wordt dat binnen de horken-etikette van vandaag nog zelden verwacht. Goed, het staat chique als je voor zo’n schertszitting, waar zelden iets uitkomt, een paar honderd invitaties het land in kunt sturen. Dat levert altijd wel een nest netwerkers op, hoewel voornamelijk gespitst op de lafenis-na-afloop. Maar dat daarna de wijnverkoop in ons land - tegen de crisisis in - met sprongen zal stijgen, lijkt mij luchtfietserij. Want ook in het meukcircuit komt de hand niet koopgraag van de ‘knip’. Bierbuiken Wijnreclame moet dus niet ‘dorstig’ maken. Dat type ‘marketing’ is meer iets voor bierbuiken. Innemers in traploos meerekkende spijkerboeken, die daarmee ook beter tegen een overstroming zijn gewapend. Wijnkaarten moeten evenmin ‘dorstverwekkend’ willen zijn. Daar valt te weinig bij te graaien. Bij horekaffers gaat het er eerder om de gast tot een kwalitatieve (lees duurdere) keuze bij het menu te verleiden. En daar is het beschrijvingstalent voor nodig, dat al lang niet meer tot de standaarduitrusting van ‘beter’ geschoolde landgenoten behoort. Die mogen blij zijn als ze het er in een e-mail van 3 regels foutloos afbrengen. Maar ‘ingeburgerd’ zijn ze wel... Ge-zegmaar Wat op die wijnkaarten linguistisch wordt aangeklooid, inspireert mij tot het opsparen van erbarmelijke onzin, die geregeld uit de onderontwikkelde taalkwab van de afzender tevoorschijn spuit. Bezopen spellen en zinnen verminken, het wordt met de dag triester. Lees de kranten, waarin staande uitdrukkingen met regelmaat worden verkracht. Zie de ondertiteling op het televisiescherm, die grotendeels vanuit de afasie lijkt gevoed. Luister naar het gestamel, gestotter en ge-zegmaar in de ‘ongeschreven’ media. Met als schoolvoorbeeld onze eigen minister van Buitenlandse Zaken. Wat wil je ook als zelfs sollicitanten naar een leraarsbaan Nederlands niet eens een foutloze brief kunnen schrijven. Syndroom En nou ik toch even buiten het wijnpad treed: de nieuwste blunder stond in de krant van afgelopen zaterdag. Een ‘tabloid’-flitser die in de wandeling ‘paparazzo’ heet, werd daar “paparazzi-fotograaf’ genoemd. In dat geval fotografeert hij uitsluitend soortgenoten. En dat komt mij niet erg lucratief voor. Nog een recente uit een dagblad-interview: ‘Het is gierend uit de hand geescaleerd’. Bent u er nog? Dit soort taal dooradert dus ook de wijnwereld. Daar wordt een geschreven publicatie pas gewaardeerd als’ie in half analfabeets is opgeschreven en appelleert aan kreupel volksgeblaat, met ( voor de academische liefhebbers) de nadruk op het postgrammatisch syndroom. Feestmeester Kortom: ‘marketing’ in deze tijd is meer gebruik maken van (graag correcte) taal dan van slimme verkoopstreken rondom ‘dorstlessers’. Maar daar zal het Produktschap Wijn ongetwijfeld anders over denken. Zoals het ook anders heeft nagedacht over de bijna wegbezuinigder Nationale Wijnweek. Ooit had die een bruisend programma. En het mocht wat kosten. En wat is ervan overgebleven? Een urn met kurken, waarop de herinnering drijft. Zou het ‘schap’ niet een paar firmaproeverijen hebben ‘ingelijfd’ en ons geen ‘wijndocentendag’ hebben laten erven, dan zouden we het ook dit jaar uitsluitend met van die wijnige kerkdiensten hebben moeten doen. ‘Kennisoverdragende’ plechtigheden waar het Produktschap patent op heeft en die geen sprankje levenslol uitstralen. Zouden ze daar niet alleen het spoor, maar ook de weg naar de Bourgondische leefstijl bijster zijn geraakt? In dat geval kan er beter een feestmeester opstaan, die ons van deze bijna sektarische cultuurverschrompeling af helpt.
John Bindels |