|
Geschreven door John Bindels
|
|
woensdag 26 augustus 2009 |

Wijncolumns moet je ‘verteerbaar’ houden. Niet om de brij heen tateren. En vooral verschijnselen aanpakken waaraan beproefde wijnwijzen zich in het reservaat van de dagelijkse consumptie ergeren. Neem alleen al eens die naijveraars in het enige echte bling. Of de zorglijke groei van het aantal zelfbaringen onder wijnjuryleden. Met alle couveuse-uitslagen die daarbij horen. En wat te denken van wijnboeken als kraakrijp voer voor de versnipperaar. Of van ‘pers’-berichten uit de schoot van promotieve inpakkers. Die nooit verder persen dan de prullenmand.
Dat maakt zulke columns toch een stuk consumabeler dan al dat gezever over ‘gepushte’ onnavolgbare wijnmakers. Van die vineuse goochelaars die met een vet publiciteitsbudget bijna wekelijks het kranten-wijnwalhala halen.
Vuller Bij die bladen bestaan wijnsexuelen het zelfs teksten bij elkaar te leuteren, waarvan vooral de slijter om de hoek het moet hebben. Terwijl de hoofdredactie niet wenst door te hebben dat zo’n schrijvert op de reclame-afdeling thuishoort. Recent voorbeeld van zo’n kolomvuller in een landelijk ochtendblad: mocht het binnenkort onweren, probeer dan eens een Sauvignon blanc. Maar dan niet uit dat eeuwig geroemde Marlbourough Nieuw Zeeland. Nee, een doodgewone Touraine. Wacht op de eerste bliksemflits en kies direct daarna dan je ‘drinkmoment’. Anders proef je geen ‘donderse’ wijn.
Sproeien Nou weet ik niet wat anderen zoal doen bij onweer. Hoogstens is mij van het roomse zuiden bekend dat de bewoners daar liever met een palmtak
wijwater door het huis sprenkelen, dan sproeien met wijn. Zelf raak ik dan helemaal geen fles aan. Maar beijver ik mij om stekkers van de beademingsapparatuur in mijn wijnkelder uit de stopcontacten te trekken. En terwijl ik dat gewelf stijf gesloten hou(d), staat onze bliksemse wijnlover (nee geen liefhebber maar een loftrompetsteker) dan op z’n balkon naar de rebelse natuur te luisteren. Zonder dat het glas uit z’n hand dondert.
Paradijs Sauvignon blanc zodra het uitspansel gekliefd wordt door Wodan. Hoe verzint-ie het, ben je geneigd te vragen. Maar het antwoord voelt een gisse lezer al van verre tussen de regels aanstormen: wijn verkoop je beter met een VERHAAL. Ga maar naar Frankrijk en de eerste de beste wijnboer vertelt je, dat op de plaats van de wijngaard vroeger een dependance van het paradijs heeft gestaan. En dat sinds al die sacrale uitscheiding de bodem daar uiterst vruchtbaar is geworden. De engel tegen de gevel van de middeleeuwse kapel herinnert daar nog aan, al is die nu als buurtplee in gebruik. Zo doen die bladvullers dat ook. Ze verzinnen een gebeurtenis, koppelen daar een wijn aan en klaar is de column. Non grata Nou, voor mij niet. Een redactiewaakhond zou onmiddellijk in de gaten moeten hebben dat die verzinsels alleen maar camouflage voor ‘stille’ promotie zijn. Zo van: jij een cadeautje, ik wat extra omzet. In feite hebben we dan te maken met een zichzelf afstraffende vorm van valsheid in geschrifte. En daar hoort gedonder van te komen. Want wat zo’n toetsbeduimelaar niet beseft is dat hij z’n lezers grotelijks onderschat. Die laten zich al lang geen commercieel geleuter meer als ‘column’ verkopen. Trouwens: onweerswijn kun je bij ons maar een paar maal per jaar opentrekken. Een keer of vijf gedonder in de glazen en je hebt het wel gehad.Voor de rest is het hier bezopen rozee- of prosecco-weer. Sauvignon? Die bojo loopt achter. Dat zure, depressionele spul is hier al tijden vino non grata. Het komt nog zover dat vrome sprenkelaars hem straks voor niks mogen uitbottelen.
Overslaan dus die onzin van zo’n columnverkrachter. Of is wijnpotloodventer hier eerder van toepassing? |